Rust

Door Corona Koek (column BBMP november/december 2017)

Na maanden in spanning afwachten was het eindelijk daar: het coalitieakkoord. Ieder zijn eigen hobby’s. Zo ben ik dol op nieuwe coalitieakkoorden. Eerst lees ik snel, diagonaal. Wat zie ik over kinderopvang, wat zie ik over onderwijs, wat over sociale zaken? Dan meer in detail. En nog een keer, letter voor letter. Langzaam wordt de samenhang duidelijk en zie ik contouren verschijnen van wat we kunnen verwachten.

Verwachtingen

De vorige coalitieakkoorden waren behoorlijk spectaculair voor onze sector. Een stelselwijziging stond er in 2003, een forse uitbreidingsopdracht in het akkoord van 2006 en in 2007 (Balkenende IV ) een wijziging van de werkgeversbijdragen. Forse bezuinigingen werden aangekondigd in het akkoord van 2010 (Rutte 1), de harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen was een opdracht in het akkoord 2012 (Rutte 2). Uit al deze opdrachten, voornemens en aankondigingen sprak steeds een duidelijke richting. Je kon een aardig beeld schetsen waar we als sector die kabinetsperiode voor stonden. En dat was sinds ik in de kinderopvang werk niet mals. Flinke opdrachten iedere keer. Het ondernemerschap groeide, verandermanagement en ondernemerschap werd onze tweede natuur.

Het zal u dus niet verbazen dat ik met veel verwachtingen dit regeerakkoord opende. Vertrouwen in de toekomst, lees ik op de titelpagina. Mijn verwachtingen groeiden nog groter. Wij werken tenslotte iedere dag in de kinderopvang, het peuterspeelzaalwerk en onderwijs aan de toekomst van Nederland. Met nieuwsgierigheid werk ik mij eerst diagonaal door het akkoord. Blader, blader, blader. Ik tref maar enkele zinnetjes aan, die voor ons relevant zijn.

De ballon van verwachting loopt leeg. Er staat nauwelijks iets over onderwijs, en nog minder over peuterspeelzaalwerk en kinderopvang in. Geen vergezichten over de toekomst en de manier waarop we doorlopende ontwikkellijnen of samenwerkingen vorm kunnen geven. Geen vernieuwingen, geen visie op de toekomst. Teleurgesteld leg ik het regeerakkoord weg.

Bepalende fase

Ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Ik kan me nog levendig herinneren hoe groot mijn verontwaardiging en zorg was bij bijvoorbeeld het regeerakkoord in 2010 toen ik de grote bezuinigingstaakstelling las. Hoeveel kansen ik zag in het harmonisatietraject in 2014? Ik liep er haast van over. En nu? Nu vind of voel ik niks. Want terwijl wij in de kinderopvang vinden dat we als sector in een bepalende fase terecht zijn gekomen, waarin we ontwerpen en uitzoeken hoe we ons tot elkaar en de ons omringende sectoren verhouden, vindt deze nieuwe coalitie niks van kinderopvang.

Ik lees dezelfde dag reacties vanuit de PO-raad en BMK. De teleurstelling is groot. Bij de Brancheorganisatie Kinderopvang lees ik een vooral informatieve reactie, geen opinie. Tja, wat kan je er eigenlijk van vinden? Ik wist het ook niet meteen.

Wat betekent dit regeerakkoord voor ons in de kinderopvang? Eigenlijk niet zoveel. We gaan verder klussen aan het nieuwe financieringsstelsel. Maar dat is vooral omdat er problemen zijn bij de Belastingdienst en omdat er vanuit de val van staatssecretaris Weekers in 2014 op het dossier van de huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag een politieke opdracht ligt. Zoals de branche belangrijk vond, is er wel een zinsnede opgenomen dat een nieuw financieringssysteem met zorgvuldigheid zal moeten worden geïmplementeerd. Daarnaast komt er geld bij de kinderopvangtoeslag. Samen met de terugloop van de werkeloosheid, zal dat voor de kinderopvang een verdere groei betekenen.

Consolideren

Een dag later onderzoek ik nog eens kritisch mijn mening over dit regeerakkoord. De verwarring over de nietszeggendheid voor onze sector is wat gezakt. Het beetje verontwaardiging dat we genegeerd worden ook. Wat overblijft is maar één gedachte: dit regeerakkoord betekent rust. Rust om IKK in te voeren, een stevige opdracht zo kort na de crisis. Rust om onze organisaties financieel sterker te laten worden, zodat we de wijziging in het financieringsstelsel kunnen opvangen. Rust om in samenwerking met onze onderwijspartners de doorlopende leerlijn te ontwikkelen die lokaal nodigen wenselijk is en rust om de werkdruk voor onze medewerkers aan te pakken. Consolideren dus.

En eigenlijk vind ik dat wel fijn. Het is niet visionair, niet vernieuwend. Het hink-stap-springen om een meer dan innige samenwerkingsrelatie tussen kinderopvang- en onderwijspartners toch mogelijk te maken, zal de komende jaren blijven bestaan. We gaan geen stelselwijziging opstarten, sectoren voegen. Na jaren van spectaculaire veranderingen voelt dat wellicht wat onwennig. En het past niet bij onze sector om zonder visie richting de toekomst te bewegen.

Maar af en toe een beetje rust kan veel goed doen. Consolideer ze!

Reageren? Dat kan via Twitter: @Coronask of E: ckoek@kekz.nl